"In
samenwerking met het FeliXart Museum in Drogenbos en het Biografie
Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen heeft de Nederlandse
onderzoeker David Veltman (39) na meer dan vier jaar zijn biografie over
kunstschilder Felix De Boeck afgewerkt. “Het was belangrijk om zo veel
mogelijk informatie over De Boeck te vergaren. Voor mijn onderzoekswerk
ben ik veel in Drogenbos geweest. Ik wou spreken met zo veel mogelijk
mensen die De Boeck hadden gekend. Onder meer zijn voormalige huisdokter
André Lerminiaux heeft me goed vooruit geholpen.”
Toch
bleven ook deuren gesloten. Veltman was immers niet van plan om het
bijna iconische beeld van de hardwerkende, religieuze schilder-boer
zomaar over te nemen.
Spirituele activiteit
“De
Boeck die van maandag tot en met zaterdag werkte op het veld en enkel
op zondag schilderde, dat is hoe vele mensen hem zagen. Eigenlijk paste
dat vooral goed in zijn religieus wereldbeeld waarbinnen hij het
schilderen voorstelde als een spirituele activiteit op de heilige dag.”
“De
realiteit was anders, al ontken ik zeker niet dat De Boeck
diepreligieus was. Hij was een trouwe kerkganger. En de mensen die hij
thuis ontving, hadden toch veelal een spirituele oriëntatie. Zelfs
koningin Fabiola en de pauselijke ambassadeur zijn bij hem thuis
geweest. Veel van zijn vrienden heeft De Boeck geportretteerd, zoals
oud-premier Jean-Luc Dehaene. De Boeck had een breed netwerk, zoveel is
zeker.”
Het beeld van De Boeck die bijna altijd in of rond zijn hoeve te vinden was, blijft overeind.
Verloren in het buitenland
“Zijn
vrouw Marieke leed aan tuberculose. De Boeck kookte en poetste, en
moest daarnaast mee zorgen voor hun dochter Marcelleke, die een fysieke
en mentale handicap had. Het maakte dat De Boeck aan zijn boerderij
gekluisterd was. Heel af en toe ging hij voor het werk naar het
buitenland, maar daar liep hij verloren. Op die reizen nam hij zo veel
mogelijk eten mee. Op restaurant gaan was ondenkbaar, De Boeck was zeer
zuinig.”
“Uit
de brieven die hij vanuit het buitenland naar zijn vrouw stuurde, kwam
wel naar voren dat zij een hechte band hadden. Marieke was zijn nicht,
wat nu heel vreemd lijkt maar in die tijd soms wel voorkwam. Daarop
kreeg hij niet echt kritiek. Maar toen hun kinderen snel stierven, vier
van hun kinderen werden niet ouder dan twee jaar, kwamen er toch vragen.
De Boeck zag het echter als een opdracht van God om zo veel mogelijk
kinderen voort te brengen.”
Portretten van Hitler
Over
de politieke opvattingen van De Boeck zijn ook bedenkingen te maken.
“De Boeck heeft onder meer twee portretten van Hitler geschilderd. Hij
deed dat in opdracht, maar had die kunnen weigeren. Ik zeg zeker niet
dat De Boeck sympathiseerde met de nazi’s, maar hij bleef bevriend met
mensen die wel collaboreerden. Hij verkocht ook eten aan bevriende
collaborateurs. De Tweede Wereldoorlog was financieel voor De Boeck
zeker geen slechte periode. Omdat de groothandel stil lag, kwamen velen
bij hem groeten, fruit en vlees kopen. Onder meer via zijn huwelijk
bezat De Boeck veel grond. Een arme boer die amper rondkwam, was hij
zeker niet.”
De biografie Sterven in het bed waarin ik geboren ben is onder meer te verkrijgen in de museumshop van het FeliXart Museum en via de Nederlandse uitgeverij Verloren."
©Jelle Schepers - Het Nieuwsblad 13/11/2021