maandag 27 december 2010

Lembeekbos

Lembeekbos onteigenen?
Lembeekbos zuidwest gezien (eigen foto)


De Vlaamse overheid stelt een ontwerp van onteigeningsplan op voor Lembeekbos. Momenteel is dat bos eigendom van de ULB die niet bereid is om het bos te verkopen. In het Bruegelproject is dit één van de plannen om de groene gordel rond de Zennevallei sluitend te maken. Dit natuurverwevingsproject werd in 2000 opgestart om de groene gordel rond Brussel te versterken, met bijzondere aandacht voor het culturele en ecologische aspect.

Uit het antwoord van de beleidsverantwoordelijke blijkt dat sindsdien ongeveer 300 hectaren (domeinen, parken, bossen, kastelen en natuurgebieden) konden worden aangekocht en dat 160 hectaren in één of andere beheer- of erfpachtvorm gerealiseerd werden.





Een oude belofte was de verwerving van Lembeekbos, één van de meest waardevolle bosgebieden in de regio en in heel Vlaanderen.

De beleidsverantwoordelijke stelt tot zijn grote spijt vast dat de huidige eigenaar, de Franstalige universiteit ULB, niet bereid is om het bos te verkopen. Het bos zal bijgevolg onteigend moeten worden. Het Agentschap Natuur en Bos is momenteel een ontwerp van onteigeningsplan aan het opstellen.

Door die verwerving komt men een stap dichter bij de realisatie van een aaneengesloten Groene Gordel van Tervuren tot Halle. Het agentschap voor Bos en Natuur wil in een latere fase het bos mee opnemen in het beheer van het Hallerbos. Met het Lembeekbos is de Rand dan opnieuw verzekerd van een stuk blijvend groen. Plaatselijk vormt het Lembeekbos een belangrijke schakel tussen het Hallerbos en kleinere groengebieden zoals het Maasdal en de Berendries. Het past helemaal in het plan Boommarter om via verbindingsgebieden terug een grotere (bio)diversiteit aan dieren en planten te kweken in de bossen en natuurgebieden.

Voorts blijkt dat een groot deel van het budget landinrichting van de Vlaamse overheid in de Vlaamse Rand wordt besteed met het oog op de versterking van de Groene Gordel. De Vlaamse Landmaatschappij ontwikkelt in dit kader drie landinrichtingsprojecten : in de oostrand het Plateau van Moorsel (Kraainem, Tervuren, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Machelen), in de westrand Molenbeek-Maalbeek (Asse) en in de zuidrand het Land van Teirlinck (Beersel en Linkebeek).

zondag 8 augustus 2010

Svetlana Bolshakova in het Nederlands

"Laat je je taal achter, dan laat je ook een groot stuk van jezelf achter. Je bent hoe je je uitdrukt. Ik ben daar echt van geschrokken: hoe belangrijk taal is voor je persoonlijkheid. Wat ik hier bijvoorbeeld ontzettend mis, dat is humor. Voor humor moet je een taal haast perfect beheersen. Vaak heb ik tijdens een gesprek een grapje in mijn hoofd, maar krijg ik het niet vertaald. Of niet op tijd.'

‘Je moet de taal ook echt aanvoelen. Elke taal is een wereld op zich, met zijn eigen humor. In Rusland, met mijn vriendinnen, kan ik echt gieren van het lachen. Maar goed, dat komt wel nog. Mijn Nederlands wordt elke dag beter. Al koester ik het Russisch."
Uit een interview in De Standaard 7-8 augustus 2010

zaterdag 19 juni 2010

Gravensteenmanifest mei 2010

Gravensteenmanifest mei 2010
Voor geloofwaardigheid, tegen de “Belgische” tussentaal.
On-taal vergiftigt de democratie.
De gebeurtenissen van de afgelopen maand hebben ondubbelzinnig aangetoond dat
verder aanmodderen met het beleid binnen het bestaande institutionele Belgisch kader
niet langer kan. Dit hoeft niet te verwonderen, aangezien de beleidsmakers nog altijd
vertrekken van de eenheid van de staat België. De realiteit is echter dat die eenheid niet
bestaat. Er zijn in wezen twee gemeenschappen, met elk hun eigen kenmerken,
opvattingen en cultuur. Er bestaat geen gemeenschappelijke “Belgische” cultuur, als
gemiddelde tussen beide gemeenschapsculturen. Het resultaat is dat beleidskeuzen altijd
onaangepast zijn aan de realiteit van de gemeenschappen.
De BHV-problematiek heeft dit ten overvloede aangetoond. Vlaanderen huldigt de
territorialiteitsopvatting. De Franstaligen, met de Franstalige Brusselse partijen als
voortrekkers, aanvaarden dit niet en stellen daar het personenrecht, met onbeperkte
individuele rechten tegenover. Niet in Wallonië wel te verstaan, want daar heerst
onverkort eveneens het territorialiteitsprincipe. Het is slechts in Vlaanderen dat de
Franstalige politici het personenrecht hanteren, met de bedoeling om er na verloop van
tijd een grenscorrectie mee te realiseren. Dit personenrecht heeft in het verleden steeds
tot territoriale aanspraken geleid. Door (rijke of arme, autochtone of allochtone)
Franssprekenden in de Vlaamse Rand rond Brussel uitzicht te geven op territoriale
rechten, hopen Franstalige politici stukje voor stukje gebied los te wrikken uit Vlaams-
Brabant.
Zolang de Vlaamse politici dit spel op “Belgische” manier willen meespelen, zullen ze zich
uit eerlijke schaamte genoopt zien om de zaken anders voor te stellen dan ze zijn. Hun
woordenschat past zich dan aan deze manipulerende “spin” aan. Deze inflatoire politieke
spraak leidt naar een regelrechte desinformatie van het eigen kiespubliek. De
Gravensteengroep vindt dit niet meer geloofwaardig.

Is het nog geloofwaardig te beweren dat men de democratische besluitvorming
aanhangt, als de meerderheid in alle politieke doorsnedes mag spelen, behalve op het
communautaire kruispunt? In de federale regering wordt de Vlaamse meerderheid
immers niet weerspiegeld; in het federale parlement wordt ze met grendels en
alarmbellen buitenspel gezet. Academisch ogende maar vaak onwaarschijnlijke
redeneringen over consensusdemocratie worden opgezet om deze neutralisering van de
meerderheidsregel te rechtvaardigen.
Is het nog geloofwaardig te beweren dat de federale regering op haar verschillende
“werven” dan toch zoveel vooruitgang had geboekt? Of is het veeleer zo dat ook in de
schoot van deze regering de wederzijdse blokkades tot een bijna absolute stilstand en
een ondertussen voor België typisch non-governo hebben geleid? En dat, waar de
regering de indruk gaf in consensus te regeren, dit bijvoorbeeld in het asielbeleid een
mensonterende chaos heeft veroorzaakt?
Is het, terugkijkend op de voorbije drie jaar, nog geloofwaardig te verzekeren dat in dit
bestel bemiddelaars bemiddelen, onderhandelaars onderhandelen, informateurs zich
informeren en opdrachthouders dragers van opdrachten zijn? Of ging het toch telkens
om weer een paar maanden uitstel te bekomen?
Is het nog geloofwaardig wanneer de ghostwriters van de koninklijke toespraken ons elk
jaar weer voorspiegelen dat deze staat kracht put uit de dialoog en uit de “ontmoeting”
van twee volkeren?
Is het nog geloofwaardig te blijven stellen dat de overdaad aan procedures zoals de
belangenconflicten, alarmbellen en evocaties in de senaat, middelen zijn om conflicten
op te lossen? Dat (zoals de wet het vraagt) de politici van de zo verworven bezinningstijd
gebruik zouden hebben gemaakt om ondertussen tot een vergelijk te komen?
Is het trouwens nog geloofwaardig Vlaanderen er voortdurend op te wijzen dat het
“zonder onderhandelingen niet zal gaan”, terwijl “verantwoordelijke” Vlaamse politici tot
het uiterste zijn gegaan in zulke onderhandelingen, met soms met zware gevolgen, niet
alleen voor hun partij, maar ook voor hun persoon? Juist in deze drie jaar durende
slijtageslag zaten tenminste aan Vlaamse kant geen “extremistische” partijen mee aan
tafel…
Is het nog geloofwaardig te stellen dat aandacht voor het “kleine probleem” van de
kieskring BHV een belemmering vormt voor de strijd tegen werkloosheid en sociale
achteruitgang? Of is het veeleer zo dat juist de oplossing van die communautaire
problemen kan bijdragen tot een betere afstemming van het beleid op de noden van de
gemeenschappen?
Is het ten slotte geloofwaardig te blijven suggereren dat met hun territorialiteitsbeginsel
de Vlamingen rechts en ondemocratisch zijn, en dat de Franstalige expansionisten
daarentegen de multiculturele democratie en de mensenrechten zelf belichamen? Vooral
de mantra dat het niet kan dat de Vlaamse gemeenschap “eenzijdig haar wil oplegt” aan
de Franstalige gemeenschap begint na een decennium ietwat hol te klinken. Als een
Vlaams wetsvoorstel niet eens geagendeerd geraakt, dan is misschien het omgekeerde
het geval.
Al deze halve en hele onwaarheden vergiftigen het politieke spreken. Woorden die niet
meer slaan waarop ze geacht worden te slaan vormen stilaan een vervuiling van het
democratische taalgebruik. De nevelige concepten van de zogenaamde
consensusdemocratie kunnen nu eenmaal slechts in wolkige bewoordingen worden
uitgedrukt; maar beide worden ook bewust ingezet om afdoende oplossingen tegen te
gaan. Deze Belgische wantaal wil kost wat kost maskeren dat het Belgische bestel op
antagonismen is gebouwd die nu eenmaal niet met wat goede wil te “verzoenen” zijn. De
politiek zal er de komende jaren dan ook helemaal anders moeten mee omgaan: niet
door de tegenstellingen te verdoezelen, maar door ze te benoemen en te erkennen.
De inzet van de politiek die de Gravensteengroep voorstaat is nochtans klaar en duidelijk:
1. de eerbiediging van de culturele en politieke eigenheid van de Vlaamse Gemeenschap;
2. een wettelijk afgebakend Vlaams territorium zoals van eender welk ander land in de
wereld; en 3. als middel daartoe, een staatshervorming die de structuren van deze staat
confederaal maakt. Dit is een helder democratisch perspectief. Blijft men het negeren,
dan zal op termijn niet alleen BHV, maar de hele staat gesplitst worden.
De Gravensteengroep
Woordvoerders voor deze tekst zijn Jef Turf, Jean-Pierre Rondas en Ludo Abicht
Voor de volledige lijst met ondertekenaars zie www.gravensteengroep.org
Etienne Vermeersch (ere-vice-rector Universiteit Gent)
Jan Verheyen (regisseur)
Frans-Jos Verdoodt (em. prof. Utrecht, prof. Universiteit Antwerpen)
Piet van Eeckhaut (gewezen voorzitter provincieraad Oost-Vlaanderen, sp.a)
Jan Van Duppen (gewezen gemeenschapssenator en huisarts)
Luc Van Doorslaer (docent Lessius, K.U.Leuven, journalist)
Jef Turf, (oud-vice-voorzitter KP)
Johan Swinnen (prof. VUB, Hogeschool Antwerpen, Sorbonne)
Hugo Stevens (historicus)
Jean-Pierre Rondas (producer Klara)
Brigitte Raskin (schrijfster)
Yves Panneels (communicatieadviseur)
Bart Maddens (prof. K.U.Leuven)
Karel Gacoms (ABVV-militant)
Paul Ghijsels (voormalig journalist en ambtenaar)
Pierre Darge (journalist)
Paul De Ridder (dr. historicus, medewerker TV Brussel)
Dirk Denoyelle (cabaretier)
Peter De Graeve (prof. Universiteit Antwerpen)
Eric Defoort (em. prof. K.U.Brussel)
Jo Decaluwe (acteur-regisseur)
Willy Courteaux (gewezen journalist)
Jan Bosmans (arts, auteur)
Tinneke Beeckman (dr. filosoof VUB)
Ludo Abicht (voormalig prof. Universiteit Berkeley)
Delen |

maandag 24 mei 2010

''Echte'' Belgen sterven uit

Echte Belgen sterven uit

In Brussel is bijna zeventig procent van vreemde origine

Publicatie: 23 mei 2010


Knack - 14 mei 2010

Binnen tien jaar zal dertig procent van de Belgische bevolking van vreemde afkomst zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van socioloog Jan Hertogen in samenwerking met de K.U. Leuven.
De gemeente Sint-Joost-ten-Node spant de kroon met maar liefst 96 procent allochtonen. Ook in verschillende grote Belgische steden ligt het cijfer nu al een stuk hoger dan de voorspelde dertig procent.
In de hoofdstad Brussel is bijna zeventig procent van vreemde origine en tegen 2020 zal dat 85 procent zijn. In Antwerpen is 39,7 procent van vreemde afkomst en binnen de tien jaar zal dat aantal stijgen tot 55 procent.
In Mechelen zal 41 procent van de populatie tegen 2020 van allochtone herkomst zijn tegenover 27 procent nu. In Gent tenslotte is 27 procent momenteel van vreemde afkomst en dat percentage zal stijgen tot 38 procent.

Uitstervende natie

Volgens socioloog Hertogen is de evolutie niet meer tegen te houden en "zullen we ons er emotioneel moeten overzetten dat de stereotype oude Belg stilaan zal verdwijnen". "Meer zelfs: kijk gewoon naar de cijfers en je moet concluderen dat België al lang een arme, uitstervende natie zou geweest zijn zonder al die allochtonen", besluit hij.

zondag 9 mei 2010

Egmontpact

Egmontpact

Bron: Cel coördinatie Vlaamse Rand van de Vlaamse Regering via de website
http://docu.vlaamserand.be





Het Egmontpact of Egmontakkoord maakt samen met de Stuyvenbergakkoorden deel uit van het zogenaamde Gemeenschapspact, dat de definitieve pacificatie van de communautaire problemen tot doel had. Het Egmontpact was het resultaat van een compromis dat op 24 mei 1977 in het Egmontpaleis werd ondertekend door premier Leo Tindemans, zijn kabinetschef Jan Grauls en de voorzitters van de regeringspartijen van CVP, PSC, BSP-PSB, Volksunie (VU) en Front démocratique des francophones (FDF). Tijdens de onderhandelingen van Stuyvenberg (17-23 februari 1978) werd het Egmontpact gedeeltelijk aangepast.

Dit historisch pact tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars werd uiteindelijk niet gerealiseerd. Redenen daarvoor zijn te zoeken in de sterke oppositie tegen het pact van binnen en buiten de regeringspartijen, de negatieve adviezen van de Raad van State over een aantal pijlers van het akkoord, de uiteenlopende interpretaties van het akkoord door Vlamingen en Franstaligen, de interne spanningen binnen de partijen en de moeilijke totstandkomingsprocedure. Op 11 oktober 1978 verklaarde eerste minister Tindemans in de Kamer dat voor hem "de Grondwet geen vodje papier is” en vervolgens bood hij zijn ontslag aan. Het Gemeenschapspact was daarmee definitief van de baan. Bepaalde elementen van het akkoord werden hernomen in volgende grondwetsherzieningen; andere blijven opduiken wanneer een compromis wordt gezocht voor communautaire knelpunten.

Het akkoord hield een ingrijpende staatshervorming in, met meer autonomie voor de drie gemeenschappen – met eigen raden en regeringen en een decretale bevoegdheid - en de oprichting van 3 gewesten, eveneens met eigen raden en regeringen die ordonnanties konden stemmen, m.a.w. de basis van de huidige federale staatsinrichting. De gemeenschappen werden bevoegd voor de persoonsgebonden materies, de gewesten voor de plaatsgebonden materies - een concept dat in een latere staatshervorming ook effectief zou worden tot stand gebracht.

Minder bekend is dat het Egmontpact ook de afschaffing van de provinciale politieke structuren voorzag, om ze te vervangen door 25 subgewesten en een hervorming van Kamer en Senaat. Het Brusselse Gewest bleef beperkt tot de 19 gemeenten en de leden van de Brusselse gewestraad zouden worden verkozen op eentalige lijsten. Regeren bij consensus en de alarmbelprocedure waren andere maatregelen om de minorisatie van de Nederlandstaligen in Brussel tegen te gaan. In de Brusselse gemeenten en in de 6 faciliteitengemeenten zouden Gemeentelijke Gemeenschapscommissies worden opgericht om de persoonsgebonden materies door de gemeenschappen zelf te laten regelen. De Franse Gemeenschapsraad kreeg zo de mogelijkheid om subsidies te verstrekken aan socio-culturele activiteiten in de faciliteitengemeenten. Ook andere garanties voor de Nederlandstaligen in Brussel werden gekoppeld aan de situatie van de Franstaligen in de 6 randgemeenten. De administratieve voogdij over de 6 kwam bovendien in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken.

Het Gemeenschapspact voorzag een akkoord over de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, waarbij een apparentering van de Vlaamse lijsten uit Halle-Vilvoorde met die uit Leuven werd voorzien.

INSCHRIJVINGSRECHT

Om de verhoudingen tussen Brussel en de randgemeenten te regelen werd heil gezocht bij het inschrijvingsrecht voor Franstaligen in een Brusselse gemeente als tegengewicht voor waarborgen voor de Vlamingen in de hoofdstad.


BRON: egmont berichten, nr. 4, maandblad van het Egmontkomitee, mei 1978


Het inschrijvingsrecht gold in de 6 faciliteitengemeenten en in de zogenaamde Egmontgemeenten, Alsemberg, Beersel, Dilbeek, Groot-Bijgaarden, Sterrebeek, Sint-Stevens-Woluwe, Strombeek-Bever, en in de wijken ’t Voor (Vilvoorde), Jezus-Eik (Overijse) en Zuun (Ruisbroek).

Franstaligen uit die gemeenten konden zich in een Brusselse gemeente fictief inschrijven en verkregen daardoor bepaalde taalfaciliteiten en stemrecht voor kandidaten uit het Brusselse. Het Stuyvenbergakkoord zorgde ervoor dat in de faciliteitengemeenten het inschrijvingsrecht van onbepaalde duur bleef, terwijl het in de andere gemeenten werd beperkt tot 20 jaar, m.a.w. tot 1998. Het inschrijvingsrecht maakte het ook mogelijk dat Franstalige kinderen uit de Egmontgemeenten zich konden inschrijven in kleuter- en lagere scholen in de 6 faciliteitengemeenten.

Het compromis stootte op fel protest van Vlaamse zijde. Net als de faciliteitenregeling in het taalcompromis van Hertoginnedal, werd ook nu vooral de regeling rond de randgemeenten door de Vlaamse zijde als onaanvaardbaar beschouwd. Het protest bundelde zich in het Anti-Egmontkomitee, dat talrijke acties organiseerde, onder meer de betoging op 23 oktober 1977 in Dilbeek. Een aantal gemeentebesturen schakelde zich eveneens in in het protest met de "waar Vlamingen THUIS zijn”-actie.


De felle tegenstand was mede ingegeven door de uiteenlopende interpretaties van Vlamingen en Franstaligen over bepaalde punten van het akkoord en de felle verklaringen daarover in de media. De toenemende spanningen tussen de regeringsleiders en de partijvoorzitters die het pact hadden onderhandeld, hypothekeerden eveneens het compromis. Binnen de CVP heerste grote verdeeldheid, maar ook in andere Vlaamse partijen gaf het akkoord aanleiding tot schisma’s. De afloop van deze kwestie zorgde voor een belangrijke politieke crisis binnen de partijen met als gevolg radicale afscheuringen bij de Volksunie en een communautaire breuk binnen de laatste unitaire partij in België, met name de socialistische partij.

zaterdag 8 mei 2010

vergrendelde democratie


Waarom BHV nooit  gesplitst zal worden. De onvoorstelbare grendels op de Vlaamse autonomie
·                  er is toch niemand die denkt dat de vergrendelde regering — evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, de eerste minister uitgezonderd — een eenzijdige splitsing zal bekrachtigen?

Wat Jean-Luc Dehaene precies gedaan heeft om BHV te splitsen, weten we niet, wel dat het niet gelukt is. Politici die falen zonder verantwoording af te leggen, volgens HENDRIK VUYE is dat typisch Belgisch.
Toen Herman Van Rompuy in november 2009 naar Europese oorden trok, stond in de sterren geschreven dat Leterme eerste minister werd. Plots verschenen twee oude kometen aan de hemel. Eerst moest Wilfried Martens de regeringswissel voorbereiden. En toen Leterme eerste minister werd, kreeg hij een koninklijke schoonmoeder naast zich. Jean-Luc Dehaene werd Koninklijk opdrachthouder en moest ‘een voorstel ten gronde' uitwerken ‘inzake institutionele problemen en in het bijzonder BHV'. Het aloude recept werd bovengehaald van onderhandelingen achter vergrendelde deuren, zonder pers en parlementaire controle. Dehaene faalde, maar hierover hoeft hij geen verantwoording af te leggen. Zo werkt de vergrendelde democratie.

En dan de andere grendels. De wonderbaarlijke veelvuldigheid aan Franstalige parlementen legde de eenzijdige splitsing lam. De Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Cocof riepen een belangenconflict in. Vervolgens waren de Duitstaligen aan zet. En het parlement van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest zat nog op de reservebank. Maar is het wel zo dat de Franstaligen België lam leggen? Hoe werkt zo'n belangenconflict? Eerst is er een schorsing van 60 dagen. Gedurende deze termijn moeten de betrokken parlementen trachten tot een vergelijk te komen. Komt er geen oplossing, dan geeft de Senaat binnen de 30 dagen een advies. Ten slotte beslist het overlegcomité — in dit orgaan zijn alle regeringen vertegenwoordigd — bij consensus. De grendel is zo in de tijd beperkt tot 120 dagen. Maar waarom duurde het belangenconflict dat werd ingeroepen door het Waalse Gewest dan 269 dagen? Het antwoord is eenvoudig, omdat ook de Vlamingen het debat hebben vergrendeld. En voor wie er niet genoeg van heeft. Naast deze belangenconflicten tussen parlementen, bestaan er ook nog belangenconflicten tussen regeringen. Had de federale regering beslist om een eenzijdig gestemde splitsing te bekrachtigen, dan konden alle andere regeringen van dit land dergelijk belangenconflict inroepen. BHV was dus verre van gesplitst. En er is toch niemand die denkt dat de vergrendelde regering — evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, de eerste minister uitgezonderd — een eenzijdige splitsing zal bekrachtigen?

Op donderdag 22 april gingen de Vlamingen dan toch eenzijdig stemmen. Het ogenblik van de vijf minuten politieke moed was aangebroken. Maar toen bleek er een andere grendel te bestaan. Eentje waar zelfs niemand ooit eerder had van gehoord. Kamervoorzitter Dewael orakelde dat het parlement niet vergadert zolang de Koning audiënties houdt. Zowaar, een koninklijke grendel!
Enkele dagen later belette deze nieuwbakken grendel de Vlaamse partijen niet om, nog tijdens de audiënties, aan te kondigen wie lijsttrekker zou zijn. De eerbied voor de koninklijke grendel was al snel weggeëbd.

Op 29 april was het wel menens. De Vlaamse meerderheid ging stemmen. En toen klonk de alarmbel. Dit impliceert dat de ministerraad binnen de dertig dagen een advies moet geven. Wat zijn dertig dagen? Een peulschil! Neen, een bananenschil. In 1993 oordeelde de kamer met 159 stemmen voor en twee onthoudingen dat, wanneer de regering ontslagnemend is, deze termijn geschorst is tot een nieuwe regering is gevormd. Een supergrendel dus. Het volstaat om de regering te doen vallen en alles zit muurvast. Waarom heeft de Vlaamse meerderheid met deze interpretatie ingestemd en zich zo laten vergrendelen?

En sommigen krijgen er niet genoeg van. De Paviagroep (DS 5 mei) pleit voor een federale kieskring. 15 van de 150 kamerleden dienen gekozen te worden in deze kieskring. Wat de Pavianen er niet bij vermelden is dat hun kieskring vergrendeld is: 6 zetels voor de Franstaligen, 9 voor de Vlamingen. Dit is kiezersbedrog. In een eerlijke federale kieskring worden Belgen verkozen en op grond van de behaalde stemmen, niet Franstaligen en Vlamingen op grond van vooraf ingebouwde grendels.

Hoe ontembaar ook, de Vlaamse meerderheid ligt aan kluisters. In de Belgische rekenkunde kunnen 62 Franstalige kamerleden de mond snoeren van 88 Nederlandstaligen. En 29 Franstalige senatoren zijn evenveel waard als 41 Nederlandstalige. Maar waarom is dat zo? Omdat dit land krom werd hervormd tijdens onderhandelingen achter vergrendelde deuren. De oplossingen van vandaag zijn steeds de problemen van morgen. Dit was ook zo met de voorstellen die de loodgieter-hofleverancier op tafel toverde: de benoeming van de burgemeesters in de rand werd vergrendeld, het toezicht op de rand werd vergrendeld.

Dit grendelverhaal wordt nog vaak minzaam omschreven als ‘consensusdemocratie'. En nochtans, door die grendels werkt de federale staat niet meer. Ondanks een bijzonder hoge belastingsvoet heeft België de laagste sociale uitkeringen van Europa. Het justitieel apparaat loopt vast. Dit legt een bom onder de toekomst van Vlamingen, Walen en Brusselaars. België gaat gebukt onder een fataliteit: van zodra een communautair probleem opduikt ligt de hele federale regering lam. De waarheid is eenvoudig, sinds 2007 is niet meer geregeerd. De prijs voor dit omfloerst immobilisme zullen de toekomstige generaties moeten dragen.

HENDRIK VUYE Wie? Hoogleraar staatsrecht Universiteit Namen. Wat? De federale staat werkt niet meer. Waarom? Zodra er een communautair probleem is, loopt alles vast, dat is zo geregeld.

Bron: De Standaard Opinie 28 april 2010